Moederkoek

Bij de innesteling van de bevruchte eicel in de wand van de baarmoeder ontwikkelt zich een deel van de eicel tot kind en een deel tot placenta. De placenta of moederkoek (deze ziet er namelijk uit als een dikke ronde koek), ligt stevig ingebed in de binnenwand van de baarmoeder en zorgt voor de verbinding tussen moeder en kind. Het is een ingenieus systeem, waarbij voedingsstoffen van de moeder naar het kind en de afvalstoffen van het kind naar de moeder worden getransporteerd. Dit gebeurt zonder dat de bloedcirculaties van de moeder en het kind met elkaar in aanraking komen. Er is een soort filtersysteem, waardoor (selectieve) uitwisseling van voedings- en afvalstoffen plaatsvindt. Onder voedingsstoffen wordt onder andere zuurstof, elektrolyten, glucose, aminozuren, vetten, afweerstoffen, vitaminen en ijzer verstaan. Afvalstoffen zijn onder andere koolzuur, ureum, creatinine en bilirubine.

Helaas gaan er ook stoffen door de placenta naar het kind die we daar liever niet hebben, zoals nicotine, veel geneesmiddelen, bacteriën en virussen. De placenta biedt dus geen zekerheid dat de voor het kind schadelijke stoffen niet zullen passeren.

Hoe groter de placenta is en hoe beter deze functioneert, des te groter is het oppervlak en vermogen om voedings- en afvalstoffen uit te wisselen. Groei en conditie van het kind zijn hiervan afhankelijk. De placenta vormt ook hormonen, zoals progesteron, die voorkomt dat de weeën te vroeg beginnen.

In de zestiende week begint de placenta hormonen te vormen die de melkproductie op gang brengen. Er kan dan al wat vocht uit je borsten komen. Aan het eind van de zestiende week heeft de placenta een doorsnede van ongeveer acht centimeter. Bij de geboorte heeft deze een diameter van gemiddeld twintig centimeter en is twee tot drie centimeter dik met een gewicht van ongeveer vijfhonderd gram.